In de Gezinsbode van woensdag 30 mei jl. viel te lezen dat B. en W. voornemens zijn een vrijstelling ex art. 19, lid 2 WRO te verlenen aan Nijestee om 28 bergingen te plaatsen op Froukemaheerd/Wibenaheerd in Beijum. Dit is voor een deel op het terrein van de huidige Montessorischool en gedeeltelijk op de openbare weg richting onderdoorgang flats.
B. en W. gaan het stedenbouwkundig plan, waar ze zich volgens mij zelf nog niet over hebben uitgesproken, al uitvoeren! Met andere woorden, er ligt een concept plan voor de locatie Montessorischool waar B en W nog geen fiat aan hebben gegeven laat, staan de raad, maar intussen gaat de bouwer van het plan o.g.v. een door B. en W. verleende vrijstelling alvast een begin maken met de uitvoering van het plan.
Verliest het college hier niet de juiste volgorde van de te volgen procedure uit het oog? Eerst vaststelling van het het stedenbouwkundig plan, daarna het verlenen van een bouwvergunning is m.i. de juiste volgorde. Dit lijkt wel een herhaling van de situatie Arduinlaan, waar ook al via een art. 19 lid 2, een bouwvergunning wordt verleend terwijl de raad zich nog niet eens heeft kunnen uitspreken over het bestemmingsplan.
Verder is voor de buurt juist de blokkering van de onderdoorgang een van de heikele punten.





Blijkens MEERbericht, nummer 15, van maart 2007 wordt eveneens een art. 19-procedure van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) voor MEERSTAD-Midden gebruikt.
Ik citeer de achterzijde van dit MEERbericht bij “procedures”:
“Voor een spoedige realisatie van Deelplan 1 zal een artikel 19-procedure worden gevoerd, ook wel een ‘anticipatieprocedure’ genoemd. Met deze procedure lopen we vooruit op het definitieve bestemmingsplan Meerstad-Midden, waarvan het ontwerp nu in procedure is. De plannen voor Deelplan 1 passen binnen dit bestemmingsplan.
Naar verwachting begint de artikel 19-procedure begin mei. Daarover zullen we nog nader berichten.” Einde citaat.
Ik zal nagaan of voor MEERSTAD-Midden art. 19 lid 1 WRO (de lange procedure) wordt gebruikt of art. 19 lid 2 WRO (de korte procedure).
Ook hierbij geldt wederom: maak eerst een draagkrachtig bestemmingsplan; ga daarna bouwvergunningen afgeven en bouwen. Bestemmingsplannen zijn toch niet van elastiek???
Waarom wordt steeds voor woningbouwcorporaties artikel 19 lid 2 WRO gebruikt c.q. misbruikt?